Doelgroep

Voor mensen die last hebben van somberheid, angst, negatief zelfbeeld, trauma, stress, AD(H)D, verslaving, persoonlijkheidsproblematiek, rouw, zingeving, levensfaseproblematiek en werk- of opvoedingsproblemen

Voor wie is deze behandeling geschikt:

Veel mensen komen vroeg of laat op een punt waarop zij vastlopen in hun leven. Dat kan op één of op meerdere levensgebieden zijn, zoals bijvoorbeeld in opleiding of werk, in de opvoeding, binnen relaties met andere mensen, of met jezelf. 

Soms kan het moeilijk zijn om daar op eigen kracht doorheen te komen. Wanneer het niet (meer) lukt met hulp van de mensen om u heen, dan is het goed (en moedig!) om professionele hulp te vragen. Iemand die met u meekijkt en zoekt naar de meest passende manier van omgaan met uw problemen, in uw persoonlijke situatie.

  • Er kan sprake zijn van zelfbeeldproblematiek, rouwverwerking, zingevings- of levensfaseproblemen. Deze worden niet altijd vergoed door uw zorgverzekeraar.
  • Soms wordt er gedacht aan psychische problemen zoals somberheid of angstklachten. Er kan al een (voorlopige) diagnose gesteld zijn door de huisarts of een eerdere hulpverlener.
  • Traumatische gebeurtenissen (van lang geleden) kunnen het functioneren (ineens) moeilijk maken. Dit kan gebeuren door bepaalde triggers die het verleden weer omhoog halen. Maar ook recente nare gebeurtenissen kunnen grote invloed hebben op het dagelijkse functioneren.
  • Stress is een veel voorkomende factor die voor problemen kan zorgen wanneer omstandigheden veranderen. Of wanneer het niet (meer) lukt om voldoende te kunnen ontspannen.
  • Veel mensen merken dat zij vastlopen in belemmerende patronen. Deze patronen kunnen vroeger helpend zijn geweest, maar ze kunnen op latere leeftijd juist zorgen voor problemen. Ook het omgaan met emoties is hier een belangrijk onderdeel van. Wanneer sprake is van een persoonlijkheidsstoornis dan is doorverwijzing naar de SGGZ vaak nodig.
  • Verslavingsproblematiek en vaak ook eetproblematiek hebben meestal te maken met hoe je vroeger geleerd hebt om te gaan met problemen en vooral met emoties. Alleen voor lichte vormen van verslavings- en eetproblematiek is de BasisGGZ geschikt.
  • Sommige kenmerken zijn aangeboren en vragen specifieke hulp die hierop aansluit. Voorbeelden zijn een andere wijze van prikkel- en informatieverwerking en/of moeite met sociaal contact leggen en onderhouden. Ook hierbij geldt dat doorverwijzing naar specialistische behandeling (SGGZ) soms nodig is.
Herkent u zich in één van deze probleembeschrijvingen? En denkt u (en uw huisarts/verwijzer) dat u hieraan kunt werken binnen een relatief kortdurende behandeling? Kijk dan verder op deze site. Indien gewenst kunt u daarna het contactformulier invullen. Zie ook ‘Traject
 
Binnen de behandeling doe ik een beroep op je inzet tussen de gesprekken door. Het aantal gesprekken binnen de BasisGGZ is beperkt en het meeste ‘werk’ zal daarbuiten gedaan moeten worden. Daarom geef ik ook opdrachten en oefeningen mee om (soms dagelijks) thuis bewust met het therapieproces bezig te blijven en veranderingen te kunnen bewerkstelligen. Het schrijven van een therapie-dagboek kan hier onderdeel van zijn. Evenals het meelezen in een aansluitend therapie-boekje.

Iedereen heeft wel eens een dipje, maar wanneer dit langer aanhoudt, kan er sprake zijn van somberheid. U ervaart weinig energie, voelt zich wat lusteloos, heeft weinig zin in eten of eet juist meer en geniet niet meer zoals vroeger van ontspannende activiteiten.

Bij een depressie zijn alleen de negatieve gevoelens nog aanwezig. De somberheid die u voelt is veel heftiger en intenser en blijft aanhouden. Niemand kan u opvrolijken, niets interesseert u meer. U voelt zich leeg en futloos. Een gevoel alsof er een soort grauwe deken over u heen is gevallen, waardoor dingen niet meer goed tot u doordringen. U blijft maar in cirkeltjes denken. Vaak voelt u zich angstig of gespannen zonder te weten waarom. Het lukt op een gegeven moment niet meer om goed te functioneren in werk of studie.

Hoe langer u met deze klachten blijft doorlopen, hoe langer u moet herstellen.

Er bestaan verschillende soorten angstklachten; onzekerheid, enkelvoudige angsten (bijvoorbeeld bloosangst, angst om flauw te vallen, paniekaanvallen), gegeneraliseerde angsten (bang zijn voor meerdere dingen tegelijk zoals angst dat er een ramp gebeurt, dat naasten dood gaan etc.) en angstklachten na een traumatische ervaring. Onbehandelde angstklachten kunnen leiden tot meer vermijding, ernstig emotioneel lijden, sociaal isolement, toename van angstklachten en zelfs depressieve klachten. Klachten die veel voorkomen bij een angststoornis zijn: buikpijn, hoofdpijn, slecht slapen, concentratieproblemen, geen eetlust, bang voorgevoel, bezorgdheid, piekeren, prikkelbaarheid, nervositeit, spanning en onrust.

Veel mensen maken gedurende hun leven nare gebeurtenissen mee. De meeste mensen verwerken zo’n gebeurtenis in de loop der tijd. Bij een aantal mensen lukt dit niet en loopt de verwerking vast. Dit is afhankelijk van een aantal factoren. Zo’n vastgelopen verwerking heeft een negatieve invloed op allerlei levensgebieden en kan zelfs een ontwrichtende werking hebben. Klachten lopen uiteen van angst, nachtmerries, flashbacks, snel schrikken, somberheid en vermijdingsgedrag. Vaak voelen mensen zich boos, machteloos of niet meer veilig. Er is dan meer hulp nodig om de draad van het leven weer op te kunnen pakken.

Veel mensen hebben vanuit hun opvoeding onvoldoende geleerd goed met hun emoties om te gaan. De meeste mensen zijn als gevolg daarvan moeilijke emoties gaan onderdrukken, bijv. door afleiding te zoeken, te negeren, te ontkennen, te overdekken door andere emoties of gedrag etc. Hierdoor hebben ze niet kunnen leren emoties te verdragen of op adequate wijze te uiten. Emoties laten zich echter niet ongemerkt wegstoppen. Ze kunnen onderhuids gaan groeien tot de spreekwoordelijke druppel de emmer doet overlopen. Dan komt het vaak tot een onredelijke uitbarsting. Dit leidt soms ook tot destructief gedrag t.a.v. zichzelf of anderen. Met veel schuld- en schaamtegevoelens en problemen in relaties met anderen tot gevolg.

Veel mensen voelen zich tegenwoordig gestresst, maar teveel druk ervaren is niet prettig en kan tot (ernstige) klachten leiden. U hebt het gevoel nooit echt alles te hebben gedaan, constant het gevoel ‘geleefd te worden’, vanalles te móeten. U hebt last van spanningen op het werk, moeheid, slaapproblemen, hartkloppingen, kort lontje, snel geëmotioneerd zijn, vergeetachtigheid of concentratieproblemen. Wanneer u door blijft lopen met deze klachten, kunt u burn-out raken.

Volwassenen kunnen zich soms moeilijk concentreren, maken slordigheidsfouten of zitten onrustig te schuiven tijdens een vergadering. Sommige mensen praten veel en druk, voelen zich onrustig in hun hoofd, of kunnen moeilijk ontspannen. 

Maar bij sommige volwassenen overheerst het gebrek aan concentratie en rust. Ze hebben moeite met het plannen en organiseren van het dagelijks leven. Ze vergeten veel of maken dingen niet af. Schoolprestaties en werk kunnen hier ernstig onder lijden. 

Een ander woord voor verslaving is afhankelijkheid. Bij een verslaving is iemand de controle kwijt over het gebruik van een bepaald middel, of er is sprake van tolerantie of onthoudingsverschijnselen. Dit middel kan alcohol zijn of drugs, maar ook bijvoorbeeld gokken of gamen. 

Controleverlies betekent dat je (veel) meer gebruikt dan je je had voorgenomen. Of dat het niet lukt om te stoppen of te minderen en dat het hele denken en doen in grote mate bepaald wordt door het middel. Tolerantie betekent dat je een steeds grotere dosis van het middel nodig hebt om hetzelfde effect te bereiken, of dat dezelfde dosis steeds minder effect heeft. En onthoudingsverschijnselen ontstaan als je stopt met het gebruik van het middel. Voorbeelden van onthoudingsverschijnselen zijn:  misselijkheid, transpireren, prikkelbaarheid, angst, slapeloosheid, trillen  

Persoonlijkheid is een woord dat verwijst naar onze kenmerken en gedragsstijlen en patronen die samen ons karakter vormen. Hoe we naar de wereld kijken, onze houding, gedachten, gevoelens dit alles maakt deel uit van onze persoonlijkheid. Mensen met een gezonde persoonlijkheid zijn in staat om met spannende en moeilijke situaties om te gaan. Ook lukt het ze meestal om gezonde relaties onderhouden met familie, vrienden en collega’s.

Bij een gezonde persoonlijkheid zijn we in staat om ons gedrag op een gewenste manier aan te passen aan de omstandigheden en situatie, waardoor we tevreden over onszelf zijn en goed kunnen functioneren binnen onze omgeving.
Wanneer onze negatieve, starre trekjes ons gaan tegenwerken en we ons niet meer kunnen aanpassen aan de omgeving, spreken we van persoonlijkheidsproblematiek. Hierbij gaat het bijna altijd om sterke vormen van ‘gewone’ persoonlijkheidstrekken zoals jaloezie, gevoeligheid voor kritiek, bindingsangst, impulsiviteit, afhankelijkheid, perfectionisme, verlegenheid, enzovoort.

Bij een persoonlijkheidsstoornis zijn bepaalde persoonlijkheidstrekken zo sterk aanwezig, dat het je niet meer lukt om je aan te passen. Mensen met een persoonlijkheidsstoornis hebben het daardoor lastig in contact met anderen. Ze lopen helaas vaak vast op verschillende terreinen van hun leven: thuis, op school, op het werk en in hun sociale leven.

Iedere dag worden veel mensen geconfronteerd met de dood van een dierbare. Zo’n verlies is één van de ingrijpendste en verdrietigste gebeurtenissen in een mensenleven. Van het ene op het andere moment is de naaste definitief weg. Dat afscheid verandert het leven voor altijd. Ook wanneer het niet onverwacht kwam. Nabestaanden worden vaak niet alleen overweldigd door verdriet, maar ook door gevoelens van verbijstering, ongeloof en/of woede, het gevoel gek te worden of verdoofd te zijn.

Tijdens het rouwproces verwerk je geleidelijk de pijn van het verlies. Je neemt afscheid en accepteert langzamerhand de definitieve afwezigheid van de geliefde persoon. Je probeert je aan te passen aan de ontstane leegte. Direct na het overlijden ervaren sommige mensen een gevoel van onwerkelijkheid. De dood van de geliefde lijkt een nare droom, waaruit ze binnenkort wakker worden. Andere mensen voelen vrijwel niets, hun gevoel is als het ware ‘dood’. Weer anderen vinden de dood van de geliefde zo pijnlijk dat ze die ontkennen. De ene mens is totaal ontredderd, de andere juist heel kalm.

Wat geeft mijn leven zin? Waarom doe ik wat ik doe? Dit zijn een paar zingevingsvragen die veel mensen zichzelf stellen. Zingeving is een behoefte: het geven van betekenis of zin aan je leven. Je wilt dingen ondernemen die er toe doen en een rijk, en een voor jou betekenisvol leven leiden. Maar wat als je het niet weet? Wat als je een gebrek aan zingeving hebt?

Zingeving draagt bij aan een gezond leven. Als de dingen die jij doet voor jou geen betekenis hebben kan dat leiden tot psychische klachten als een negatief zelfbeeld, burn-out en depressie. Aan de andere kant kun je de dingen die jij wel zinvol vindt je met volle overgave doen, en dat voelt fijn. Zingeving geeft jou een gevoel van vrijheid, erkenning en verbondenheid. Het is dus belangrijk dat je af en toe aan jezelf denkt en tijd neemt om stil te staan bij de dingen die jou gelukkig maken.

Levensfasen worden gekenmerkt door een bepaalde lichamelijke en mentale ontwikkeling die we als mens doormaken. En elke fase heeft daarnaast zijn eigen uitdagingen en verwachtingen, soms ook vraagstukken rondom zingeving. Als we ouder worden kan de vraag zich opdringen wat we nu werkelijk belangrijk vinden in het leven of waar we het allemaal voor doen. Daarnaast kan de maatschappij bepaalde verwachtingen van je hebben, bijvoorbeeld dat je gaat studeren of dat je een gezin krijgt. 

Een nieuwe levensfase kan je uit balans brengen en kan gepaard gaan met twijfels of onvrede. Bijvoorbeeld als je niet aan bepaalde verwachtingen voldoet of als je niet goed weet wat je wilt. Het kan zijn dat je er onzeker van wordt of dat je onvrede voelt over waar je staat. Het kan ook confronterend zijn, bijvoorbeeld om te merken hoe je lichaam verandert of als je beseft welke fases er al achter je liggen. Vaak vinden mensen er na verloop van tijd hun weg in en passen ze zich aan aan de veranderende omstandigheden die de nieuwe fase met zich meebrengen. Soms kan de overgang naar een nieuwe levensfase gepaard gaan met psychische klachten, zoals aanhoudende spanningsklachten, depressieve gevoelens of angstklachten.

Werkstress is stress door of in je werksituatie. De stress hoeft niet veroorzaakt te worden door je werksituatie alleen. Ook de combinatie van hoge belasting op je werk met belasting in je privéleven kunnen voor stressklachten zorgen. Deze klachten kunnen ervoor zorgen dat je slechter functioneert op je werk. Stressklachten hebben een belangrijke functie. Het zijn signalen dat je te veel hooi op je vork neemt. Het is belangrijk om deze signalen niet te negeren en er iets aan te doen. Doe je dit niet, dan kunnen de stressklachten zich opstapelen en resulteren in een burn-out.

Andere werkproblemen kunnen bijvoorbeeld zijn dat je autoriteitsconflicten hebt met je leidinggevende, gepest wordt door collega’s, werk doet dat boven of onder je niveau ligt, je je niet gewaardeerd voelt of twijfelt of je wel op de juiste plek zit door gebrek aan motivatie/inspiratie.

Meer weten?

Neem gerust contact op!